homepage


Eerste Wereldoorlog geen argument voor Afghanistan - Mient Jan Faber en de arrogante terreur van de moraliteit door Leo van Bergen


In de Volkskrant van zaterdag 27 oktober 2007 publiceerde Mient Jan Faber, tezamen met een VU-studente, een artikel waarin hij om diverse redenen – 'het is moreel de enig juiste' en 'een oorlog voer je om te winnen, wat ook kan als Nederland psychologisch goed op zo’n oorlog wordt voorbereid' – aangaf voor verlenging van de Afghanistan missie te zijn.

Bovendien zou de Eerste Wereldoorlog hebben bewezen dat dat inderdaad de beste optie is, want die werd door de beter voorbereide Fransen gewonnen.
Leo van Bergen diende hem van repliek met een stuk dat helaas niet door de Forum-redactie werd geplaatst. Bij deze alsnog op deze website.

Er is minimaal één mensenslag nog gevaarlijker dan corrupte politici, amorele wapenfabrikanten of –handelaren of strijdlustige generaals en dat is het mensenslag dat vanwege moraal (of mensenrechten of volksgezondheid) ‘ten oorlog’ roept.

Het is toch frappant dat in dezelfde krant als waarin Seymour Hersh nogmaals onderstreept dat oorlog onverenigbaar is met moreel handelen en handhaving van de mensenrechten - dat oorlog zelfs zozeer als vanzelf tot amoreel handelen en mensenrechtenschending leidt dat hij in feite zelf als amoreel of mensenrechtenschending moet worden gezien – een pleidooi is te vinden tot verlenging van de strijd in Afghanistan omdat dat moreel gezien de enige optie zou zijn.

Er is dan ook het nodige op te merken bij en aan te merken op het stuk van VU-hoogleraar Faber en student (waarin?) Veninga. Zo wordt er (van ‘embedded’ gesproken) gewezen op onze secretaris-generaal van de NAVO die filmpjes in bezit heeft van gruwelijkheden uitgevoerd door de Taliban, zo afschuwwekkend dat bij vrijgave de Nederlandse bevolking meteen in zijn geheel de kant van de NAVO zou kiezen. Ik heb geen enkele twijfel over de gruwelijkheid van de Taliban, maar behalve dat dergelijke filmpjes ook de kreet ‘wegwezen daar’ kunnen versterken, zullen ook de Taliban of Al Qaida filmpjes in bezit hebben met gruwelijkheden uitgevoerd door soldaten afkomstig uit de NAVO-landen. Sterker: die filmpjes hebben we zelf en we hebben ze ook al gezien.

Volgens Faber en Veninga is ‘weggaan met de staart tussen de benen (…) vernederend, een overgave’. Dat kan zo zijn, maar dat wil niet zeggen dat het op een bepaald moment niet toch het verstandigste besluit kan zijn, simpelweg omdat blijven doorvechten alleen maar een vermeerdering van ellende tot gevolg zal hebben. Soms moet je ook als militair je verlies kunnen nemen.

En zeker: oorlog voer je om te winnen, maar juist daarom is het een van de oudste militaire wijsheden (dit is geen contradictie) dat je alleen tot het voeren van oorlog over moet gaan als je zeker bent van de overwinning; een wijsheid die helaas maar al te vaak in de wind is geslagen.

Maar het bontst maken ze het toch wel als ze ‘de geschiedenis’ erbij halen om hun morele standpunt te versterken. Dé geschiedenis? Nee, nota bene de Eerste Wereldoorlog; de oorlog zogenaamd gevoerd ‘to end all wars’ en zeker de oorlog die voor het eerst in de geschiedenis tot een massaal gedeeld ‘Dit nooit weer!!’ heeft geleid.

Faber en Veninga blazen in feite twee door zo’n beetje alle historici met enig verstand van Eerste Wereldoorlog-zaken tot mythe bestempelde verhalen nieuw leven in: het oorlogsenthousiasme van 1914 en de ‘Dolchstoss’ van 1918. De Fransen zouden psychologisch beter op de oorlog zijn voorbereid, meer gemotiveerd om hem te voeren en daarmee te winnen, en het Duitse thuisfront was niet meer van zins het ongeslagen Duitse leger te steunen. Onzin.

De Duitsers zijn alleen maar niet verslagen omdat ze net op tijd (kort voordat de eerste vijandelijke troepen Duits grondgebied zouden gaan betreden) de vlag streken. Niet zozeer het moreel was geknakt als wel al het overige (de economie, de voedselsituatie, de hoeveelheid manschappen etcetera). Als ze hadden doorgevochten, zouden ze in de pan zijn gehakt – miljoenen doden aan zowel eigen als geallieerde kant verder. Zo bezien is de Duitse overgave in 1918 eerder een pleidooi tot wegwezen uit Aghanistan.

En nee: de Fransen zouden aan die verpletterende nederlaag slechts een kleine bijdrage hebben geleverd. Die waren sinds de muiterij van 1917 niet meer tot aanvallen bereid (of zelfs maar in staat), maar beperkten zich voornamelijk tot verdedigen van eigen huis en haard. De opmars vanaf medio 1918 was grotendeels het werk van Engels sprekende soldaten.

En ook aan het begin van de oorlog waren de Fransen zeker niet beter gemotiveerd dan de Duitsers om de oorlog aan te vangen (zonder enorme motivatie van de soldaten zou het Duitse Schlieffen-plan zelfs fysiek onmogelijk uit te voeren zijn geweest). Voor de Franse (en Duitse) boeren – het merendeel van de bevolking – was de oorlog een ramp. En ja: de oorlog van 1870-71 had kwaad bloed gezet bij de Fransen en natuurlijk moest Elzas-Lotharingen terug, maar massaal het leven laten voor de daar wonende halve Duitsers? Dat was toch een brug te ver.

Faber en Veninga zouden er goed aan doen eens wat colleges te volgen van hun goed aangeschreven VU-collega’s van de afdeling geschiedenis. Dan zouden zij leren dat de Europese situatie in 1914 en 1918 veel te complex was om in te kunnen en te mogen zetten voor hun standpunt. Maar dat zal wel wishfull thinking zijn. Argumenten slaan immers altijd stuk op het schild van de moraliteit.

Leo van Bergen - email:
l.vanbergen@vumc.nl  
Medisch-historicus van het VUmc, afdeling Metamedica.
Schrijver van Zacht en Eervol. Lijden en sterven in een Grote Oorlog.

  homepage


eXTReMe Tracker