naar archief - naar homepage



De onbekende soldaat - Vermist is erger dan dood

Dick Schaap interviewt Angela Dekker, auteur van 'De onbekende soldaat'


Nog steeds worden resten gevonden van soldaten die sneuvelden tijdens de twee wereldoorlogen van de vorige eeuw. Eind vorig jaar verscheen van de hand van journaliste Angela Dekker een boek over vermiste militairen. De titel luidt: De onbekende soldaat, naar het graf van de onbekende soldaat in de Westminster Abbey in Londen, dat sinds 11 november 1920 als eerste monument ter wereld de herinnering levend houdt aan de militairen die nooit zijn teruggevonden op de slagvelden. 

De Menin Gate in Ieper waar de namen van 54.896 Britse vermisten 
uit de Eerste Wereldoorlog staan vermeld 

In Groot-BrittanniŽ werden na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) honderdduizend soldaten vermist. Een half miljoen soldaten was dusdanig verminkt dat identificatie onmogelijk was. Het graf in Londen kwam tot stand onder druk van de bevolking. Verdriet, onvrede en boosheid over zoveel vermisten sloegen om in verbittering. Het leven in het hele Britse rijk stond twee minuten stil na de onthulling van het opschrift To Our Glorious Dead op de gedenknaald tegenover Whitehall. Het voorbeeld van Londen vond navolging in talrijke hoofdsteden.

Menin Gate: lange, lange rijen namen gebeiteld in de ruim 1.200 panelen

Angela Dekker sprak voor haar boek met veel nabestaanden,maar ook met archeologen, diggers (amateur-vorsers) en identificatieambtenaren. De onbekende soldaat is een teder en tot lang nadenken stemmend boek. 'Vermist is erger dan dood', zegt Dekker na haar lange tocht langs de slagvelden van de Eerste en Tweede Wereldoorlog. "De uitdrukking 'de tijd heelt alle wonden' geldt niet voor de nabestaanden van vermisten."

Angela Dekker schrijft als journaliste onder andere over de schaduwzijden van het krijgsbedrijf. De fotograaf Goos van der Veen vertelde haar dat op de slagvelden van Noord-Frankrijk nog steeds resten van soldaten worden gevonden. In het voorjaar van 1917 woedde daar bij Arras een van de bloedigste veldslagen van de Eerste Wereldoorlog. In 39 dagen kwamen hier tweehonderdduizend militairen om het leven. Honderdduizend raakten vermist. Angela toog naar een herbegrafenis van de daar bij toeval gevonden Britse 2e luitenant Marcel Andrť Simon. Leden van het Royal Berkshire Regiment droegen zijn kist.

Tyne Cot Cemetery (Ieper): de grootste Britse begraafplaats ter wereld met 12.000 graven en op 
de omringende muur de namen van  34.855 Britse vermisten uit de Eerste Wereldoorlog

Voor de bijzetting van de bijna negentig jaar geleden gesneuvelde militair waren uit alle hoeken van de wereld familieleden overgekomen. "Er was een Esther van 86 uit TasmaniŽ aanwezig, die nog nooit in Europa was geweest. Ze was drie toen bekend werd dat haar neef vermist was. In haar gedachten was hij altijd blijven voortleven Er was ook een hoogbejaarde nicht uit Zimbabwe overgekomen. De tachtigjarige Marcelle uit Londen bleek naar Marcel te zijn vernoemd. Als kind ging ze wel eens met haar moeder naar het graf in de Westminster Abbey. 'Ze zei dan altijd: 'Misschien ligt je oom Marcel hier wel', aldus Marcelle. 'Zijn moeder is tien jaar geleden gestorven. Ik ben hier in haar plaats, want zij had dit zo graag willen weten. Dan had ze ook bloemen kunnen leggen. Het had haar rust gegeven.' Met hun kinderen en kleinkinderen wierpen ze om de beurt een schepje zand op de kist."

Het Ploegsteert Memorial noemt de namen van 11.447 vermiste Britse militairen uit WOI

Nederland blijft achter
Dekker heeft na de verhalen van de nabestaanden in haar boek de indruk dat in vergelijking met andere Europese landen en de VS in Nederland minder wordt gedaan aan het opsporen van vermiste soldaten. Ze noemt in haar boek onder meer de op 18 juni 1962 vanaf het vliegveld van Merauke op Nieuw-Guinea gestarte Dakota X-II van adjudant Frans Rudolph. Met vijf bemanningsleden en drie passagiers, een jonge doktersvrouw met haar baby en een gevangen genomen Indonesische parachutist, verongelukte de Dakota in het Carstensgebergte. Het toestel werd niet gevonden. Maar zeven jaar later vond Harry, de zoon van Rudolph, foto's van de verongelukte Dakota in zijn brievenbus. Ze waren waarschijnlijk bezorgd door een collega van zijn vader. Harry Rudolph vroeg vergeefs om repatriŽring. In 1974 werd het dossier gesloten.

Vijftien jaar later besloot Harry zijn vader zelf te gaan zoeken. Een tweehonderd kilometer lange, zware tiendaagse voettocht door onherbergzaam gebied. Het regende voortdurend. Onderweg werd hij plotseling besprongen door luid schreeuwende Papoea's met pijl en boog. Harry was doodsbang, maar toen hij de foto's liet zien, herkenden ze de resten van het vliegtuig. Ze vertelden over een expeditie van studenten uit Bandoeng naar de plek van het ongeluk. Harry vond bij het wrak geen spoor van de stoffelijke resten. In Bandoeng vertelde een van die studenten, dat ze het wrak bij toeval hadden gevonden. De stoffelijke resten van de bemanning en passagiers waren onder een rotsblok gelegd. De student beschikte ook over een pagina uit de agenda van Harry's vader met de aantekening: "Motor X-4 nakijken olielekkage." De Dakota was tegen de bergwand gevlogen.

Harry Rudolph verzocht de luchtmacht de stoffelijke resten naar Nederland over te brengen. Toen hij na vier weken geen antwoord had gekregen, zocht hij de publiciteit. In 1991 viel eindelijk het besluit om de resten op te halen. Harry mocht toen ook het dossier inzien. De vondst van het wrak door de studenten was sinds 1983 bekend. De nabestaanden waren daarin niet gekend. Individuele identificatie van de resten was niet meer mogelijk. Ze zijn bijgezet in een verzamelgraf op het ereveld Loenen. 

Zevenhonderd brieven
De Oorlogsgravenstichting in Den Haag is belast met het onderhoud van vijftigduizend graven van Nederlandse oorlogsslachtoffers. Daaronder vallen ook de militaire erevelden. Jaarlijks komen daar gemiddeld zevenhonderd brieven en een toenemend aantal e-mailtjes binnen. Het antwoord op de vraag naar iemands grafligging is op de website te vinden. "Maar bij vragen over vermist geraakte Nederlandse militairen start de dienst een onderzoek", aldus Dekker. "In WO II zijn 2.341 Nederlandse militairen gesneuveld. Bij de strijd om de Grebbeberg sneuvelden er vierhonderd. Vijf raakten er vermist. Er zijn drie graven van onbekende soldaten in ons land. Gerrit-Jan de Man zou in theorie in een graf van een onbekende soldaat kunnen liggen", zegt Dekker. "Zijn zus en broer leven nog. 'Moeder is in mei 1940 in de rouw gegaan en er nooit meer uitgekomen", vertellen ze."

Angela Dekker heeft ook uitvoerig met kolonel b.d. Jan Willem de Leeuw gesproken. Hij heeft een titanenwerk verricht met het op orde brengen van het aantal gevallenen vanaf de capitulatie van Japan in 1945 tot aan de overdracht van Nieuw-Guinea aan IndonesiŽ door de VN in 1963. Het oorspronkelijke aantal namen van gesneuvelden op het Nationaal IndiŽ-monument in Roermond steeg daardoor van rond de vijfduizend naar ruim zesduizend. "Hij heeft ook een lijst gemaakt van de vermisten in 1940. Daar komt een monument voor op de Grebbeberg. Evenals de Oorlogsgravenstichting telt hij 844 gesneuvelde militairen met 'onbekende grafligging' of 'zeemansgraf' niet mee. Daar kunnen deserteurs tussen zitten, of zieken die door de familie zijn meegenomen, meestal inheemse militairen. Maar hij probeert wel de toedracht van de vermissing te achterhalen om die mensen een gezicht te geven. Zo ontdekte hij dat de op Nieuw-Guinea vermiste soldaat Hoeberigs met een kleine prauw in een storm is verdronken. Hij is niet langer vermist, maar heeft een zeemansgraf."

Een aparte categorie wordt gevormd door de aan Duitse zijde in WO II gesneuvelde of vermiste militairen. "Soms willen families wel, soms niet weten waar ze begraven of verdwenen zijn. De Duitse Oorlogsgravendienst is sinds het vallen van de Muur bezig met het hergroeperen van de gesneuvelden aan het Oostfront op aparte erevelden. Dat betreft ook honderden Nederlanders. Nederland heeft daar tot op heden geen loket voor; nabestaanden worden niet geÔnformeerd. Eens fout, altijd fout lijkt het motto, zelf zestig jaar later. De familie kan zich wel melden bij de Nederlandse Oorlogsgravenstichting of het Rode Kruis en navraag doen naar het lot van hun verwanten, maar als ze van niets weten zullen ze dat niet doen. Het vinden van verloren soldaten door diggers, een groep amateur-gravers uit het Belgische Ieper of door identificatieambtenaren op de slagvelden uit de Eerste Wereldoorlog, wordt door de voortschrijdende bebouwing overigens steeds moeilijker", besluit Angela Dekker. "Die onbekende soldaat zal bij ons dan ook langzaam uitsterven."

Angela Dekker - De onbekende soldaat 
144 pagina's, met zwart/wit foto's - ISBN 90-445-0330-8 - prijs Ä 17,90
Uitgeverij De Geus - Breda (tel: 076-5228151)

© Foto's: Hans de Regt 

Artikel met toestemming overgenomen van Checkpoint Ė maandblad voor veteranen



  naar archief - naar homepage