|
I.
|
Gij zult
Onze Joffre liefhebben en hem onvoorwaardelijk gehoorzamen.
|
| II. |
Gij zult niet twijfelen aan de overwinning, noch aan onze bondgenoten.
|
| III. |
Gij zult de zondagen in acht nemen door dubbel zo hard te strijden.
|
| IV. |
Gij zult uw vader en moeder beschermen tegen Duitse overweldiging.
|
| V. |
Gij zult moeten doden om de overwinning te behalen.
|
| VI. |
Gij zult, in tegenstelling tot de Moffen, niet in luxe leven.
|
| VII. |
Gij zult niet luieren noch sterke drank gebruiken.
|
| VIII. |
Gij zult geen verkeerde dingen vertellen als de tiran u gevangen neemt.
|
| IX. |
Gij zult niet eerder rusten dan wanneer de overwinning is behaald.
|
| X. |
Daarna zult gij Frankrijk weer laten gedijen door snel te huwen.
|