Spaanse griep
eiste tenminste 50 miljoen doden
|
 |
Eric Mecking beschrijft op boeiende wijze aan de hand van
vele voorbeelden (ook in Nederland) hoe geleidelijk aan
duidelijk werd dat de Spaanse griep zich in 1918 over de
hele wereld had verspreid en in een paar maanden tijd enorme
aantallen mensen had gedood.
De Spaanse griep eiste 25 keer zoveel slachtoffers als een
normale griep. En omdat naar schatting 25 tot 30 procent van
de wereldbevolking door de griep getroffen werd, was het
aantal doden ongelooflijk groot. In de Verenigde Staten
raakten ongeveer 25 miljoen burgers besmet. Zou een
dergelijke ziekte de Amerikaanse bevolking tegenwoordig
treffen, dan kunnen ongeveer 1,5 miljoen Amerikanen
overlijden. In Afrika overleed 2 à 5 procent van de
bevolking maar Azië was het werelddeel dat het ergst heeft
geleden. Alleen al in Brits-Indië werd het officiële
dodental kort na de pandemie vastgesteld op 6 miljoen.
Binnen het Brits-Indische leger overleed ruim 21 procent van
de grieppatiënten.
De American Medical Association schatte in 1927 dat
wereldwijd 21,5 miljoen mensen aan griep gestorven waren.
Recent onderzoek heeft echter aangetoond dat deze schatting
‘belachelijk laag’ is. Het totale aantal doden bedroeg,
volgens nieuwe schattingen, ongeveer 50 miljoen.
Onderzoekers sluiten echter niet uit dat het uiteindelijke
aantal doden 100 miljoen is geweest.
In Nederland zouden tussen 1918 en 1920 ruim 48.000 inwoners
aan de griep overleden zijn en in Nederlands-Indië 1,5
miljoen. Opmerkelijk was dat het hoogste aantal doden viel
bij baby’s en kinderen tot 5 jaar, daarna bij 20 tot
40-jarigen en ten slotte bij ouderen tussen 70 en 74 jaar.
Veel overlevenden van de Spaanse griep wilden er nooit meer
over praten, zo verschrikkelijk was het geweest. Ook in
kranten en tijdschriften werd er bijna niet meer over
geschreven. Zo werd de Spaanse griep snel verdrongen en
vergeten: er leek wel sprake van een ‘collectief
geheugenverlies’. Niets voor niets wordt gesproken over
‘vergeten pandemie’.
Dit wordt geweten aan het feit dat de gevolgen van de
Spaanse griep zo desastreus en zo verweven waren met de
verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog dat velen er niet
meer aan wilden denken of over wilden schrijven. Bovendien
was de ziekte na 1920 geheel verdwenen. En ook de medische
wetenschap gaf niet al te veel ruchtbaarheid aan haar
onvermogen deze ziekte te bedwingen.
Toch begonnen in de loop der jaren wetenschappers overal ter
wereld antwoord te zoeken op de vele vragen die ze hadden:
hoe kon de ziekte zo gemakkelijk worden overgedragen? Hoe
vond de verspreiding plaats? Waarom kreeg de een het wel en
de ander niet? Waarom trof het juist jonge, gezonde mensen?
Waarom was dit virus zo enorm agressief? Kwam de ziekte
alleen bij mensen voor of ook bij dieren?
Deze speurtocht naar het virus en ook de latere
griepepidemieën van 1957, 1968 en 1976 zijn op heldere en
boeiende wijze beschreven. Het laatste hoofdstuk gaat over
de al enkele jaren dreigende vogelgriepvirus. Dit virus
breidt zich steeds verder uit en komt – waarschijnlijk via
trekvogels – steeds verder naar het westen, onze kant uit.
Daardoor neemt niet alleen de kans op menselijke besmetting
toe, maar ook het risico dat het virus zich mengt met een
mensengriepvirus.
Eric Mecking schreef een uitstekend en zeer lezenswaardig
boek over een ziekte die steeds opnieuw een bedreiging vormt
voor de gehele wereldbevolking.
Onne Eling (HBN - 20 december 2006) |