naar nieuwe boeken


Richard Heijster - Krieg 
Ieper, het martyrium van 14/18 door Duitse ogen


 

Het verhaal van de geallieerde troepen tijdens de Eerste Wereldoorlog in Vlaanderen is welbekend. Maar hoe zag het leven er tijdens deze oorlog uit gezien door Duitse ogen? Richard Heijster gaat aan de andere kant van de loopgraven staan en vertelt het verhaal van de Grote Oorlog op basis van dagboeken, brieven en andere documenten van gewone Duitse soldaten en officieren. 

Auteur Richard Heijster bestudeert al jaren de Eerste Wereldoorlog. Hij publiceerde eerder: Verdun - Breuklijn der Beschaving, Ieper 14/18 en Mysterie 14/18. 

Richard Heijster –- Krieg - Ieper, het martyrium van 14/18 door Duitse ogen
Paperback – isbn 90-209-6515-8 – formaat 155 x 240 –  320 pagina’s – prijs € 22,50


In het onderstaande introduceert Richard Heijster zijn nieuwe boek: 

Krieg - Ieper, het martyrium van 14/18 door Duitse ogen

De beide wereldoorlogen richtten een ongekende verwoesting aan. Miljoenen soldaten vielen op de slagvelden. Iedere stad en ieder dorp in Groot-Brittannië heeft dan ook een eigen oorlogsmonument waar ieder jaar op Wapenstilstandsdag de uit de eigen woonplaats afkomstige doden worden herdacht. Iedere stad of dorp heeft een dergelijk gedenkteken … op slechts zes kleine plaatsjes na. Dat zijn de zogenaamde Thankful Villages. Naar deze plaatsen keerden alle zonen die ten strijde trokken, levend terug. Een van de zes - what’s in a name? - heet Upper Slaughter, een dorpje in de Cotswolds dat zo lijkt weggelopen uit de boeken van Charles Dickens. Ook andere landen, zoals Frankrijk, Duitsland en België kwamen zwaar gehavend uit de strijd en ook hier werden gedenktekens opgericht en zijn op begraafplaatsen nog steeds de stille getuigen van de oorlog te zien. 

De Eerste Wereldoorlog wordt overschaduwd door de Tweede. De misdaden van het nazi-regime zijn dermate gruwelijk dat veel mensen moeite hebben om een onderscheid te maken tussen beide oorlogen. En ook het feit dat de overwinnaar de geschiedenis pleegt te schrijven is van invloed op de meningsvorming. Toch is er een duidelijk onderscheid tussen beide conflicten. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vochten de Duitse soldaten niet voor verderfelijke idealen en was rassenhaat niet een van de drijfveren. Net zoals het merendeel van hun tegenstanders waren de meeste Duitsers ervan overtuigd een rechtvaardige strijd te strijden. Wat betreft de schuldvraag over het ontstaan van de oorlog van 1914-1918 breken historici zich zelfs nu nog het hoofd. 

duits-veldtafereel.jpg (84193 bytes)

Duits veldtafereel - herkomst onbekend (rommelmarkt) - Collectie Menno Wielinga

Tot nu toe is er - in tegenstelling tot de Tweede Wereldoorlog waarover geen serieuze twijfel bestaat - nog steeds geen bevredigend antwoord gevonden dat tegenargumenten uitsluit. Dat maakt dat de opponenten in de loopgraven gezien kunnen worden als slachtoffers van volkomen uit de hand gelopen geschillen. 
De ellende aan de fronten zoals bij Ieper was bij geen enkele strijdende partij uniek. De soldaten afkomstig uit verschillende landen waren, of ze wilden of niet, lotgenoten. Een ieder zette zich in voor wat hij dacht dat een goede zaak was. 
En ook de dood die in het verschiet lag was voor iedereen gelijk: uiteengereten worden door een granaat, creperen door ingeademd strijdgas, geraakt worden door een kogel, opengesneden worden door een bajonet, levend begraven worden door een instortende loopgraaf of overlijden aan zoiets weinig heroïsch als een ziekte opgelopen door de erbarmelijke leefomstandigheden. 

Vrijwel iedere oorlogsdeelnemer had, ongeacht zijn herkomst, een vader en een moeder die God smeekten hun zoon behouden te laten terugkeren. Vrijwel iedere soldaat zal plannen hebben gehad over hoe hij het leven na de oorlog zou gaan inrichten. Het werkelijke onderscheid tussen de elkaar op leven en dood bestrijdende soldaten was het dragen van een ander uniform en het spreken van een verschillende taal. 

In 1918 kwam een stroom boeken van oud-frontstrijders op gang. Autobiografieën, biografieën, dagboeken en op het eigen leven gebaseerde romans in de Franse, Engelse of Duitse taal. Met als auteur vaak mannen die als soldaten de oorlog aan den lijve ondervonden hadden en die zo hun stem konden laten horen. Een stem die anders amper werd aangehoord of begrepen. Want wat ze te vertellen hadden stond in zulk een schril contrast met wat de thuisblijvers hadden meegemaakt dat ze regelmatig op een muur van onbegrip stuitten. 

Veel van die boeken zijn dan ook noodkreten, pogingen om dát te vertellen waarvoor ze bij hun eigen familie en vrienden geen begrip kregen. Na 1945 eindigt het Duitse aandeel in boeken over de Eerste Wereldoorlog goeddeels. Alleen echt grote namen als Remarque en Jünger zien hun boeken herdrukt worden en er verschijnen weinig nieuwe titels. Duitsland toont zich schuldbewust en probeert afstand van het verleden te nemen. 

Schrijvers uit Frankrijk en Groot-Brittannië, de voornaamste naoorlogse leveranciers van boeken over de Eerste Wereldoorlog, lijken de Duitse bronnen haast te negeren. Wat de Duitse literatuur aan inzichten kan bijdragen, wordt maar mondjesmaat gebruikt. En dat is zonde, want er ligt een schat aan ooggetuigenverslagen te wachten. Sommige zijn prachtig en literair verantwoord, en sommige ronduit slecht geschreven. Maar de meeste ontroeren door de inhoud. Verhalen geschreven door mannen die het bijna onbeschrijflijke hebben meegemaakt, en die het waard zijn om niet verloren te gaan. 

In 1998 verscheen van mijn hand Ieper 14/18, een boek dat drie keer werd herdrukt. Nog voordat het goed en wel in de winkel verkrijgbaar was, begon ik vanuit een nieuwe invalshoek te werken aan een ander boek over Ieper. Ik nam me voor het verhaal zoveel mogelijk te laten vertellen door de mensen die de strijd daar daadwerkelijk hadden meegemaakt en waarvan de boeken zich bevinden in de gespecialiseerde bibliotheek die ik door jarenlang verzamelen heb opgebouwd. 

Een behoorlijk arbeidsintensieve onderneming, want ik zou vele honderden boeken moeten lezen op zoek naar vaak niet meer dan een enkel bruikbaar citaat per boek. Dat zou niet bepaald een straf zijn overigens. Aanvankelijk wilde ik me volledig beperken tot de verhalen die de Duitsers achterlieten, maar gaandeweg kwam ik er achter dat delen van mijn nieuwe boek in sommige gevallen aan kwaliteit konden winnen als ik deze gedachte een klein beetje zou loslaten. Door niet uitsluitend dat te gebruiken wat door Duitsers op schrift was gesteld, zou het verhaal veel krachtiger en geloofwaardiger worden. 

Daarom voegde ik hier en daar ook wat citaten van geallieerde zijde toe. Met name de Derde Slag bij Ieper is zo absurd, eigenlijk zo tegen beter weten in gevoerd en zo onvoorstelbaar dat het verhaal door het gebruik van Britse bronnen aan evenwicht zou winnen. Al was het maar om de Duitse verhalen te staven en dus meer zeggingskracht te geven. 

Wel moesten volgens mij dit keer de stemmen van de Duitsers die vochten in 1914-1918 zonder meer de boventoon voeren. Te lang al is er, naar mijn mening, te weinig aandacht besteed aan de Duitse kant van het verhaal en de Duitse belevingswereld. Door de Duitse veteranen opnieuw te laten spreken over wat hun ogen zagen, kon ik hun lotgevallen in het juiste verband plaatsen. 

Dat was een doel op zich, net zoals een zo onpartijdig mogelijke benadering van het conflict. Mijn eerste boek over Ieper was eigenlijk niet meer dan een introductie. Dit keer wilde ik dieper op de strijd ingaan, met de nadruk op de menselijke kant van het verhaal en zonder me te verliezen in onnodige details waardoor het overzicht verloren zou kunnen gaan. 

Mijn ideaal? Een degelijk geschiedkundig boek schrijven dat zich laat lezen als een roman. Zelfs als me dat enigszins gelukt is, besef ik terdege dat ik enorm schatplichtig ben aan de mannen die hun oorlogsbelevenissen op schrift stelden en wier teksten ik mocht vertalen. Zij waren het eigenlijk die dit boek schreven, mijn aandeel beperkte zich tot het maken van een selectie en het aaneenschakelen van hun woorden tot een lopend verhaal over de oorlog. 

Natuurlijk was me duidelijk dat er, doordat ik hoofdzakelijk gebruik zou maken van Duitse bronnen en de verhalen van hun tegenstanders alleen maar ter ondersteuning zou aanwenden, kritiek kan komen. Want nog steeds leven er anti-Duitse sentimenten en die verdwijnen niet door een bezoek van de Duitse bondskanselier Schröder aan de stranden in Normandië als gast van de Franse regering tijdens de herdenkingen van D-day in 2004, of door zijn aanwezigheid tijdens de herdenking van de Tweede Wereldoorlog te Moskou in 2005. 

Ik was me er terdege van bewust dat het gebruik van overwegend Duitse bronnen beperkingen met zich mee brengt. Een deel ervan werd door het Hitler-regime bezoedeld. De verhalen werden als middel gebruikt om het Duitse volk opnieuw in een oorlog verzeild te doen raken. Vandaar dat ik met name de Duitse boeken die tussen 1933 - de machtsovername door Hitler - en 1945 zijn verschenen met een gezonde argwaan heb bekeken om er zoveel mogelijk zeker van te zijn dat ik niet alsnog een verlengstuk zou worden van nazi-propaganda. 

Een boek als bijvoorbeeld het aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog verschenen Mein Tätigkeit im Weltkriege 1914 – 1918 van generaal Fritz von Lossberg - tussen de regels door lijkt het af en toe een soort open sollicitatie - heb ik buiten beschouwing gelaten. Lossberg eindigt zijn voorwoord met de woorden: ‘Dit boek draag ik op aan het prachtige leger. Het kon de overwinning niet behalen, omdat de politieke leiding in het Duitse vaderland teleurstelde. Als oude soldaat beleef ik met opgewonden hart de opkomst van de Wehrmacht van het Derde Rijk.’ 

Ik raak op een heel andere manier opgewonden als ik denk aan wat de legers van het Derde Rijk teweeg hebben gebracht en neem dan ook met nadruk afstand van iedere vorm van nazi-revisionisme. Wel heb ik passages gebruikt waaruit Duits patriottisme blijkt. Deze uitspraken hoeven wat mij betreft beslist niet onzuiverder van toon te zijn dan de vele vaderlandslievende getuigenissen van de tegenstanders van Duitsland die in boekvorm verschenen zijn. Ze vertonen zelfs grote overeenkomsten. En dat kan haast ook niet anders. De soldaten die elkaar naar het leven stonden, waren over het algemeen jonge mannen die, vol levenslust en trots op hun herkomst, vastbesloten waren de vaderlandse belangen te dienen. Aan welke zijde van het front ze zich bevonden, werd alleen maar bepaald door waar hun wieg had gestaan. 

Richard Heijster, 2006


Richard Heijster - Krieg 
Ieper, het martyrium van 14/18 door Duitse ogen

Paperback – isbn 90-209-6515-8 – formaat 155 x 240 –  320 pagina’s – prijs € 22,50

Bestellen? Klik hier: Krieg - Ieper 14/18

  naar nieuwe boeken